Ruim een kwart van de Nederlandse ZZP'ers geeft in onderzoek in opdracht van Omniplan aan bereid te zijn het huis te verkopen wanneer hij of zij onverhoopt arbeidsongeschikt wordt.
72 procent van de zelfstandigen gaat er vanuit niet arbeidsongeschikt te raken.

Dat een groot gedeelte van de ZZP’ers niet verwacht dat dit lot hen zal treffen, komt ook terug in het percentage dat niks geregeld of gespaard heeft voor het geval men toch arbeidsongeschikt raakt. Maar liefst 51 procent van de ZZP’ers geeft aan geen verzekering of financieel vangnet te hebben

Hoewel de meerderheid van de ondervraagden dus niks geregeld heeft, zegt 67 procent precies te weten wat de financiële gevolgen zullen zijn van een mogelijke arbeidsongeschiktheid. Op een open vraag over wat de ZZP’ers dan precies geregeld hebben, antwoordt een meerderheid dat ze (een bescheiden) vermogen achter de hand hebben voor het geval ze arbeidsongeschikt worden.
Maarten Boddeüs van Omniplan: “Hoewel het begrijpelijk is dat het achter de hand hebben van een (bescheiden) vermogen een goed gevoel geeft, is het in de praktijk vaak bij lange na niet genoeg, en het volstaat dan ook zeker niet als oplossing voor arbeidsongeschiktheid. Wanneer we deze twee uitkomsten naast elkaar leggen moeten we constateren dat de Nederlandse ZZP’er de financiële gevolgen van een arbeidsongeschiktheid vaak nog ernstig onderschat zo blijkt ook uit onze doorrekeningen.”

Een behoefte aan hulp om meer inzicht te krijgen lijkt nauwelijks aanwezig te zijn onder de respondenten. Slechts 21 procent van hen geeft aan wel graag persoonlijk geholpen te worden door een bank of een financieel adviseur om meer inzicht te verwerven in de concrete financiële gevolgen van een arbeidsongeschiktheid. Boddeüs: “Dit percentage neemt vermoedelijk aanzienlijk toe wanneer ZZP’ers een concreet inzicht krijgen van de risico’s die zij lopen. Hier ligt een taak voor de financieel dienstverlener om mensen op een laagdrempelige manier (online) bewust te maken van de financiële gevolgen in het geval van een gedeeltelijke of volledige arbeidsongeschiktheid.”